Er bestaat een hele wereld vol dieren die zĂł klein zijn dat je ze met het blote oog bijna niet kunt zien. Deze miniwezens leven overal: in water, in aarde, op planten en zelfs in huis. Omdat ze zo piepklein zijn, kunnen we ze alleen goed bekijken met een microscoop.
Â
Een microscoop is een apparaat dat kleine dingen enorm kan vergroten met behulp van lenzen en licht. Hierdoor zien we details die voor mensen normaal onzichtbaar zijn. Je vindt microscopen op scholen, in laboratoria, universiteiten, ziekenhuizen en musea.
Â
De microscoop laat licht door een voorwerp heen of over een voorwerp heen gaan. De lenzen vergroten het beeld tientallen tot duizenden keren, waardoor vormen, kleuren en bewegingen zichtbaar worden.
Â
Veel dieren zijn slechts een paar millimeter of zelfs maar micrometers groot. Dat is kleiner dan een potloodpunt. Ons oog kan zulke kleine structuren niet zien, dus gebruiken we een microscoop.
Â
Deze beestjes zijn millimeters groot, maar onder de microscoop zie je pas echt hoe ze in elkaar zitten:
Â
Deze zijn onzichtbaar zonder microscoop:
Â
Â
Â
Microscopische dieren slapen niet zoals mensen, maar ze hebben rustperiodes:
Huisstofmijten, vlooien en teken
Rusten simpelweg wanneer ze geen voedsel zoeken. Ze hebben geen echte slaap, maar hun lichaam werkt dan langzamer.
Beerdiertjes
Kunnen in een soort “slaapstand” gaan die cryptobiose heet.
Ze drogen uit, rollen op tot een klein bolletje (tun), en kunnen zo jarenlang overleven zonder eten of water.
Hydra’s
Hebben rustmomenten waarin hun beweging stopt en ze energie besparen.
Planaria’s
Rusten in donkere, vochtige plekken. Hun lichaam vertraagt tijdelijk.
Zoöplankton
Zakt overdag naar diep water om te “rusten” en komt ’s nachts omhoog om te eten.
Bacteriën
Kunnen een slaapmodus krijgen waarin ze bijna niets doen en wachten op betere omstandigheden.
Â