De grootte van een paard wordt gemeten in schofthoogte (tot aan de schouders).
Kleine paardenrassen (zoals pony’s) kunnen kleiner zijn dan 140 cm, terwijl grote trekpaarden soms meer dan 180 cm hoog worden.
Paarden zijn herbivoren (planteneters). Hun voedsel bestaat uit:
Een paard eet ongeveer:
Paarden komen (door toedoen van mensen) voor op:
Het paard, wetenschappelijk bekend als Equus ferus caballus, is een van de meest iconische en herkenbare dieren op onze planeet. Of je ze nu ziet grazen in een uitgestrekte weide bij een boerderij, ziet galopperen in een manege of ziet schitteren tijdens topsportevenementen: paarden roepen bij bijna iedereen een gevoel van bewondering op. Al duizenden jaren trekken mens en paard gezamenlijk op, wat heeft geleid tot een unieke band die in de dierenwereld zijn gelijke niet kent.
Oorspronkelijk zijn paarden bewoners van de open graslanden en steppen. Hun hele lichaam is gebouwd op overleven in deze weidse vlaktes; ze hebben een scherp gezichtsvermogen en een enorm uithoudingsvermogen om te kunnen vluchten voor roofdieren. Hoewel hun verre voorouders in het wild leefden, heeft de domesticatie ervoor gezorgd dat het paard zich over de hele wereld heeft verspreid. Vandaag de dag vind je ze op werkelijk alle continenten (behalve Antarctica). Ze hebben zich aangepast aan diverse klimaten en worden universeel gewaardeerd als onmisbare krachten op de boerderij en trouwe metgezellen in de sport.
Het leven van een paard is veelzijdig en draait om een balans tussen natuurlijke instincten en de taken die ze voor de mens uitvoeren. Hier zijn enkele belangrijke aspecten van hun dagelijks bestaan:
Sociaal contact: Paarden zijn echte kuddedieren. In hun vrije tijd communiceren ze met elkaar via lichaamstaal, hinniken ze naar hun soortgenoten en verzorgen ze elkaars vacht (ook wel ‘groomen’ genoemd) om de onderlinge band te versterken.
Grazen en eten: Van nature is een paard een ‘grazer’. Dat betekent dat ze het liefst zo’n 14 tot 16 uur per dag kleine beetjes eten. Hun spijsvertering is hier volledig op ingericht.
Sport en beweging: In de moderne wereld worden paarden veelvuldig ingezet in de sport. Denk aan dressuur, springen, drafsport of westernrijden. Ze trainen dagelijks om hun spieren soepel en hun conditie op peil te houden.
Werken op de boerderij: Hoewel machines veel taken hebben overgenomen, worden paarden op veel plekken nog steeds ingezet voor het zware werk, zoals het trekken van ploegen of het hoeden van vee.
Rusten en slapen: Een bijzonder feit over paarden is dat ze zowel staand als liggend kunnen slapen. Dankzij een speciaal ‘blokkeermechanisme’ in hun knieën kunnen ze staand rusten zonder om te vallen, zodat ze bij gevaar direct weg kunnen rennen.
1 Paard
2 Horse
3 Pferd
4 Cheval
5 Cavallo
6 Caballo
7 Cavalo
8 ウマ ( Uma )
9 马 ( Mǎ ) Vereenvoudigd
馬 ( Mǎ ) Traditioneel
10 말 ( Mal )