šŸ‡³šŸ‡±Jouw favoriete Nederlandse Dieren website!šŸ‡³šŸ‡±

Vleermuis

Chiroptera

Ā Grootte en Gewicht

  • Kleinste vleermuis: DeĀ hommelvleermuisĀ (ook wel Kitti’s varkensneusvleermuis) is slechtsĀ 3 cm langĀ en weegt ongeveerĀ 2 gram.
  • Grootste vleermuis: DeĀ vliegende hondĀ (zoals de kalong) kan eenĀ vleugelspanwijdte van 1,7 meterĀ bereiken en weegt totĀ 1,5 kg.
  • Er isĀ geen groot verschilĀ in grootte tussen mannetjes en vrouwtjes, hoewel vrouwtjes soms iets groter kunnen zijn, vooral tijdens de draagtijd.

Ā 

Ā Levensduur

  • Vleermuizen kunnen verrassend oud worden:
    • Kleine soorten: gemiddeldĀ 5 tot 10 jaar.
    • Sommige soorten: tot welĀ 30 tot 40 jaarĀ in het wild!
    • Ze hebben eenĀ lang levenĀ in verhouding tot hun lichaamsgrootte, wat zeldzaam is bij zoogdieren.

Ā 

Ā Voeding

  • Insecteneters: De meeste vleermuizen eten insecten zoals muggen, kevers en motten.
  • Vruchteneters: Vliegende honden eten fruit, nectar en bloemen.
  • Vleeseters: Sommige soorten eten kleine dieren zoals kikkers, vissen of vogels.
  • Bloeddrinkers: De beroemdeĀ vampier vleermuisĀ voedt zich met bloed van andere dieren (komt alleen voor in Latijns-Amerika).

Ā 

Ā Uiterlijke Kenmerken

  • Vleermuizen zijn deĀ enige zoogdieren die actief kunnen vliegen.
  • Ze hebben:
    • VleugelsĀ die bestaan uit een dunne huid gespannen over verlengde vingers.
    • Grote orenĀ (voor echolocatie bij insecteneters).
    • Kleine ogen, maar veel soorten kunnen goed zien.
    • Verschillende kleuren: van bruin en zwart tot roodachtig of grijs.

Ā 

Ā Familie en Classificatie

  • Vleermuizen behoren tot deĀ orde Chiroptera.
  • Ze worden verdeeld in twee hoofdgroepen:
    • MicrochiropteraĀ (kleine vleermuizen, vaak insecteneters).
    • MegachiropteraĀ (grote vleermuizen, zoals vliegende honden).

Ā 

Ā Habitat en Verspreiding

  • Vleermuizen leven opĀ alle continenten behalve Antarctica.
  • Ze komen voor in:
    • Grotten,Ā bomen,Ā gebouwen,Ā bruggen.
    • Tropische regenwouden, woestijnen, steden en landbouwgebieden.
  • Ze zijnĀ nachtactiefĀ en rusten overdag op beschutte plekken.

Ā 

Ā Interessante Feiten

  • Vleermuizen gebruikenĀ echolocatieĀ om in het donker te navigeren en prooien te vinden.
  • Ze zijnĀ essentieel voor ecosystemen: bestuiven bloemen, verspreiden zaden en bestrijden insectenplagen.
  • Sommige vleermuizen kunnenĀ meer dan 1.000 insecten per uurĀ eten!
  • Vleermuizen zijnĀ niet blind – ze kunnen zien Ć©n horen goed.
  • Ze hangen ondersteboven omdat hun poten zo gebouwd zijn dat dit weinig energie kost.

Extra informatie over Vleermuizen

Waarom hangen vleermuizen ondersteboven?

Reden van het hangen

Vleermuizen hangen ondersteboven omdat:

  • ZeĀ niet kunnen opstijgen vanaf de grondĀ zoals vogels. Hun vleugels zijn niet krachtig genoeg om van een vlakke ondergrond op te stijgen.
  • Door ondersteboven te hangen, kunnen ze zichĀ laten vallen en meteen wegvliegen.
  • Het is eenĀ veilige rustplek: roofdieren kunnen hen moeilijk bereiken aan plafonds van grotten of hoge plekken.

Ā 

Hoe werkt dat in hun lichaam?

Achterpoten en pezen

  • Vleermuizen hebbenĀ speciale pezenĀ in hun achterpoten.
  • Als ze zich vastgrijpen,Ā vergrendelen hun pezen automatischĀ zonder dat ze spierkracht hoeven te gebruiken.
  • Daardoor kunnen zeĀ urenlang hangen zonder moe te worden.

Geen holle botten

  • In tegenstelling tot vogels hebben vleermuizenĀ geen holle botten.
  • Hun botten zijnĀ steviger en dichter, wat hen helpt bij het hangen en klimmen.

Ā 

Hoe lang kunnen ze hangen?

  • Vleermuizen kunnenĀ uren tot zelfs dagenĀ ondersteboven hangen, vooral tijdens rust of winterslaap.
  • Tijdens winterslaap (hibernatie) hangen zeĀ wekenlangĀ zonder te eten of te bewegen.

Ā 

Hebben ze er last van?

  • Nee, vleermuizen hebbenĀ geen lastĀ van het ondersteboven hangen.
  • Hun bloedsomloop is aangepast zodat het bloedĀ niet naar hun hoofd stroomtĀ zoals bij mensen zou gebeuren.
  • Hun hart en bloedvaten zijn zo gebouwd dat zeĀ zonder problemenĀ in die houding kunnen blijven.

Ā 

Gedrag bij het hangen

  • Ze hangen vaak inĀ groepenĀ (kolonies), dicht tegen elkaar aan voor warmte.
  • Sommige soorten wisselen van plek of hangen alleen.
  • Bij gevaar kunnen ze zichĀ snel loslaten en wegvliegen.

Ā 

Wat gebeurt er als een mens ondersteboven hangt als een Vleermuis?

Als een mens ondersteboven hangt zoals een vleermuis, kunnen er een paar dingen gebeuren, vooral als het te lang duurt. Kort samengevat:

  • Bloed stroomt naar het hoofd: dit kan hoofdpijn, duizeligheid of druk op de ogen veroorzaken.
  • Hart moet harder werken: om bloed terug naar de benen te pompen.
  • Na lange tijd gevaarlijk: risico op flauwvallen of schade aan bloedvaten en organen.

Ā 

Interessante feiten

  • Vleermuizen slapen, rusten, paren en zelfs barenĀ ondersteboven.
  • Ze gebruiken hunĀ klauwenĀ om zich vast te houden aan rotsen, boomtakken of plafonds.
  • Als een vleermuis sterft terwijl hij hangt, blijft hij vaak nog even hangen door de vergrendelde pezen.

Lekker gezellig samen.

Waarom hebben Vleermuizen last van licht?

Gevoeligheid voor licht

  • Vleermuizen zijnĀ nachtactieve dierenĀ (nocturnaal), wat betekent dat ze vooral ’s nachts actief zijn.
  • Hun ogen zijn aangepast aanĀ zwak lichtĀ enĀ duisternis.
  • Fel licht, zoals van lampen of de zon, kan hunĀ zicht verstorenĀ en hunĀ natuurlijke gedrag beĆÆnvloeden.

Ā 

Wat betekent dat precies?

  • Vleermuizen gebruikenĀ echolocatieĀ om te navigeren in het donker, maar ze kunnen ook zien.
  • Fel licht kan:
    • HunĀ oriĆ«ntatie verstoren.
    • HenĀ stressĀ bezorgen.
    • HunĀ voedselzoektochtĀ bemoeilijken.
    • HenĀ zichtbaarder maken voor roofdieren.

Ā 

Gedrag bij licht

Als vleermuizen plotseling licht zien:

  • Ze kunnenĀ terugvliegen naar hun schuilplaats.
  • Ze wordenĀ minder actiefĀ of vermijden verlichte gebieden.
  • Sommige soorten vermijden zelfsĀ gebieden met kunstlicht, zoals straatlantaarns.

Ā 

Hebben vleermuizen last van zonlicht?

Ja, meestal wel:

  • Overdag slapen vleermuizen opĀ donkere, koele plekkenĀ zoals grotten, boomholtes of gebouwen.
  • Zonlicht isĀ te felĀ voor hun ogen en kan hunĀ lichaam oververhitten.
  • Daarom zijn ze overdagĀ inactiefĀ en zoeken ze beschutting.

Ā 

Interessant weetje

  • Sommige soorten, zoals deĀ grootoorvleermuis, zijnĀ extra gevoelig voor lichtĀ en vermijden zelfs maanlicht!
  • Toch zijn er ook een paar soorten dieĀ lichttoleranterĀ zijn en soms bij schemering of in de buurt van lantaarns jagen, omdat daar veel insecten zijn.

Het leren van het echolocatie van de Vleermuis.

Wat is echolocatie?

Echolocatie is een manier waarop vleermuizen zich oriënteren en jagen in het donker.
Ze zendenĀ hoge geluidsgolvenĀ uit via hun mond of neus. Deze geluiden kaatsen terug als echo’s wanneer ze een object raken, zoals een insect of een muur.

De vleermuisĀ luistert naar de echoĀ en bepaalt zo:

  • WaarĀ het object is
  • Hoe ver wegĀ het is
  • Hoe grootĀ het is
  • Of het beweegt

Ā 

Waarvoor gebruiken vleermuizen echolocatie?

  • JagenĀ op insecten in het donker
  • NavigerenĀ door grotten, bossen of gebouwen
  • Vermijden van obstakels
  • Soms ook omĀ andere vleermuizen te herkennen

Ā 

Hoe snel is echolocatie?

  • Vleermuizen kunnenĀ tot 200 geluidspulsen per secondeĀ uitzenden tijdens het jagen (dit heet een “feeding buzz”).
  • DeĀ reactietijdĀ tussen het uitzenden van een geluid en het horen van de echo isĀ minder dan een seconde.
  • Dit maakt echolocatieĀ razendsnel en nauwkeurig, zelfs bij hoge snelheden in de lucht.

Ā 

Gebruiken vleermuizen echolocatie om te communiceren?

  • Echolocatie isĀ niet bedoeld als communicatie, maar:
    • Sommige soorten kunnen via hun geluidenĀ elkaar herkennen.
    • Ze kunnen ookĀ afstand houdenĀ ofĀ territorium aangeven.
  • Voor echte communicatie gebruiken vleermuizen vaakĀ andere geluiden, zoals piepjes, roepjes of sociale geluiden.

Ā 

Hoe luid is echolocatie?

  • Echolocatiegeluiden zijnĀ zeer luid, vaak tussen deĀ 60 en 140 decibel:
    • Ter vergelijking: een straalvliegtuig op korte afstand is ongeveer 130 dB.
  • Mensen kunnen deze geluiden meestalĀ niet horen, omdat ze in hetĀ ultrasone bereikĀ liggen (boven 20.000 Hz).

Ā 

Interessant weetje

  • Sommige vleermuizen kunnen hun echolocatieĀ aanpassen aan hun omgeving: in een open veld gebruiken ze andere geluiden dan in een dicht bos.
  • Vleermuizen die in groepen jagen, kunnen hun geluidenĀ aanpassen om elkaar niet te storen – een soort akoestische “privacy”.

Zijn er ook andere dieren die gebruiken echolocatie?

Vleermuizen zijn beroemd om hun echolocatie, maar ze zijnĀ niet de enige dierenĀ die deze bijzondere vaardigheid gebruiken. Hier is een overzicht van andere dieren die ook echolocatie gebruiken:

Ā 

Dolfijnen en Tandwalvissen

  • Dolfijnen, orka’s en andere tandwalvissen gebruikenĀ klikgeluidenĀ om te navigeren en prooien te vinden in troebel water.
  • Hun echolocatie is zo nauwkeurig dat ze zelfs de vorm en grootte van objecten kunnen herkennen.

Ā 

Walvissen zoals de Potvis

  • Potvissen gebruikenĀ krachtige klikgeluidenĀ die door kilometers water kunnen reizen.
  • Ze gebruiken echolocatie om te jagen op inktvissen in de diepe oceaan.

Ā 

Spitsmuizen

  • Deze kleine zoogdieren gebruikenĀ hoge piepgeluidenĀ om hun omgeving te verkennen.
  • Hun echolocatie is minder verfijnd dan die van vleermuizen, maar helpt hen bij het navigeren in het donker.

Ā 

Vogels met echolocatie

Sommige vogels gebruiken een eenvoudige vorm van echolocatie, vooral in donkere leefomgevingen:

  • Olievogel (Steatornis caripensis)

    • Leeft in donkere grotten in Zuid-Amerika.
    • Gebruikt klikgeluiden om obstakels te vermijden.
  • Grotvogel (Aerodramus-soorten)

    • Komt voor in Zuidoost-AziĆ«.
    • Gebruikt klikjes om in grotten te navigeren waar ze nesten bouwen.
  • Gierzwaluwen (sommige soorten)

    • Sommige soorten gebruiken eenvoudige echolocatie in donkere nestplaatsen.

Ā 

Interessant weetje

  • Echolocatie is een voorbeeld vanĀ convergente evolutie: verschillende diersoorten hebbenĀ onafhankelijk van elkaarĀ deze vaardigheid ontwikkeld om zich aan te passen aan hun omgeving.

Hoe snel kan een Vleermuis zijn?

Snelheid

  • DeĀ snelste vleermuisĀ die ooit is gemeten is deĀ Mexicaanse vrije staartvleermuisĀ (Tadarida brasiliensis).
  • Deze vleermuis kan snelheden bereiken tot welĀ 160 km/uĀ in een duikvlucht — sneller dan veel vogels!

Ā Gemiddelde snelheid

  • De meeste vleermuizen vliegen met een snelheid tussen deĀ 20 en 50 km/u, afhankelijk van de soort en de omstandigheden.

Ā 

Waar is die snelheid voor?

  • Jagen: Snelheid helpt bij hetĀ vangen van vliegende insectenĀ in de lucht.
  • Vluchtgedrag: Vleermuizen moeten somsĀ ontsnappen aan roofdierenĀ zoals uilen of valken.
  • Migratie: Sommige soorten leggen grote afstanden af en hebben snelheid nodig om efficiĆ«nt te reizen.
  • Territoriumverdediging: In sommige gevallen gebruiken ze snelheid om hun gebied te beschermen tegen andere vleermuizen.

Ā 

Gedrag tijdens het vliegen

  • Vleermuizen zijnĀ zeer wendbaarĀ in de lucht. Ze kunnen scherpe bochten maken, stilhangen en zelfs achteruit vliegen.
  • Tijdens het jagen maken ze gebruik vanĀ echolocatieĀ om prooien te lokaliseren en te volgen.
  • Sommige soorten vliegenĀ hoog en snel, andereĀ laag en langzaamĀ tussen bomen of struiken.

Ā 

Snelste en langzaamste vleermuizen

Ā Snelste vleermuis

  • Mexicaanse vrije staartvleermuisĀ (Tadarida brasiliensis)
    • TotĀ 160 km/u
    • Slank lichaam, lange vleugels, gebouwd voor snelheid

Ā Langzaamste vleermuis

  • Grote bruine vleermuisĀ (Eptesicus fuscus) ofĀ kleine hoefijzerneusĀ (Rhinolophus hipposideros)
    • Vliegt vaak rond deĀ 15–20 km/u
    • Meer gericht opĀ precisie en wendbaarheidĀ dan snelheid

Ā 

Interessant weetje

  • De snelheid van vleermuizen werd pas recent nauwkeurig gemeten metĀ radartechnologieĀ enĀ GPS-trackers.
  • Sommige vleermuizen kunnen hunĀ vleugels aanpassenĀ tijdens de vlucht om snelheid of wendbaarheid te verbeteren.

šŸŒVleermuis in andere talenšŸŒ

1Ā šŸ‡³šŸ‡±šŸ‡§šŸ‡Ŗ Vleermuis

2Ā šŸ‡¬šŸ‡§šŸ‡ŗšŸ‡ø Bat

3Ā šŸ‡©šŸ‡Ŗ FledermausĀ 

4Ā šŸ‡«šŸ‡· chauve-souris

chauve-souris betekent ā€œkaal muisā€ in het Frans

5Ā šŸ‡®šŸ‡¹ pipistrelloĀ 

6Ā šŸ‡ŖšŸ‡øšŸ‡²šŸ‡½ murciĆ©lagoĀ 

7Ā šŸ‡µšŸ‡¹šŸ‡§šŸ‡· morcegoĀ 

8Ā šŸ‡ÆšŸ‡µ ć‚³ć‚¦ćƒ¢ćƒŖĀ  ( kōmori )

9Ā šŸ‡ØšŸ‡³ č™č Ā  ( biānfĆŗ )

10Ā šŸ‡°šŸ‡· 박섐  ( bakjwi )

11Ā šŸ‡©šŸ‡° flagermusĀ 

12Ā šŸ‡øšŸ‡Ŗ fladdermusĀ 

13Ā šŸ‡³šŸ‡“ flaggermusĀ 

14Ā šŸ‡«šŸ‡® lepakkoĀ 

15Ā šŸ‡®šŸ‡ø leưurblakaĀ  ( leh-thur-blah-ka )

16Ā šŸ‡®šŸ‡Ŗ ialtógĀ 

17Ā šŸ‡·šŸ‡ŗ Š»ŠµŃ‚ŃƒŃ‡Š°Ń Š¼Ń‹ŃˆŃŒĀ  ( letuchaya mysh’ )

Dit word betekentĀ ā€œvliegende muisā€ in het Russisch

18Ā šŸ‡ŗšŸ‡¦ кажан  ( kazhan )

19Ā šŸ‡®šŸ‡³ ą¤šą¤®ą¤—ą¤¾ą¤¦ą¤”ą¤¼Ā  ( chamgādar )

20Ā šŸ‡®šŸ‡± עטלף  ( atalĆ©f )