Het Amamikonijn is kleiner dan veel andere konijnensoorten en ziet er primitief uit, omdat het één van de oudste konijnensoorten ter wereld is.
Het is een herbivoor dat vooral ’s nachts eet. Het dieet bestaat uit:
Er is geen exact gemeten dagelijkse hoeveelheid, maar op basis van gedrag en lichaamstype wordt geschat:
Ze eten verspreid over de nacht.
Het Amamikonijn komt uitsluitend voor in Japan — het is dus endemie van Japan.
Deze liggen in de Ryūkyū-eilandengroep, ten zuiden van Kyushu.
Ze hebben een voorkeur voor oude bossen waar veel planten groeien die ze graag eten.
Het Amamikonijn ziet er heel anders uit dan gewone konijnen:
Veel mensen vinden dat ze eruitzien als een soort “oer-konijn”.
Het Amamikonijn is een afstammeling van een zeer oude konijnenlijn en het meest primitieve konijn dat vandaag nog leeft.
In tegenstelling tot gewone konijnen kunnen ze lage grommen en fluitgeluiden maken om te communiceren.
Overdag blijven ze in holen of in dichte vegetatie.
Vooral door:
Deze predatoren zijn door mensen naar de eilanden gebracht.
Het dier is een Nationaal Monument van Japan en wordt streng beschermd.
Het Amamikonijn (Pentalagus furnessi) is een van de meest fascinerende en unieke konijnensoorten ter wereld. In het Engels staat dit dier bekend als de Amami rabbit of de Ryukyu rabbit, maar in zijn thuisland Japan noemen de bewoners hem liefkozend de Amamino kuro usagi, wat letterlijk “het zwarte konijn van Amami” betekent. In tegenstelling tot de konijnen die we in Europa in de achtertuin zien, wordt dit dier vaak een “levend fossiel” genoemd omdat het nog veel kenmerken heeft van konijnen die miljoenen jaren geleden leefden.
Dit bijzondere dier komt op slechts twee plekken ter wereld voor: de Japanse eilanden Amami Ōshima en Tokunoshima. Hun leefgebied bestaat voornamelijk uit:
Dichte subtropische bossen: Ze houden van vochtige, bosrijke gebieden waar ze zich goed kunnen verschuilen.
Varenrijke hellingen: De konijnen maken gebruik van de natuurlijke begroeiing om hun holen te graven en hun jongen te beschermen.
Wie het Amamikonijn in het wild wil spotten, moet een goede zaklamp meenemen, want het is een uitgesproken nachtdier. Overdag rusten ze uit in hun ondergrondse hollen, om pas na zonsondergang tevoorschijn te komen.
In de bescherming van de duisternis gaan ze op zoek naar voedsel, zoals zaden, bessen, bamboescheuten en zelfs boomschors. Wat hun gedrag in het wild extra uniek maakt, is dat ze – in tegenstelling tot veel andere konijnen – soms korte, fluitende geluiden maken om met elkaar te communiceren. Met hun korte oren, kleine ogen en stevige graafklauwen zijn ze perfect aangepast aan een leven diep in de Japanse wildernis.
Wanneer we denken aan een “levend fossiel”, gaan onze gedachten vaak uit naar de mysterieuze coelacanth (een prehistorische vis), de degenkrab of de nautilus. Maar diep in de bossen van Japan leeft een zoogdier dat diezelfde titel verdient: het Amamikonijn. Terwijl andere konijnensoorten zich over de hele wereld razendsnel ontwikkelden en aanpasten, bleef het Amamikonijn door geografische isolatie nagenoeg onveranderd.
De reden dat dit konijn een levend fossiel wordt genoemd, heeft alles te maken met zijn unieke plek in de evolutie. Terwijl moderne konijnen evolueerden om razendsnel te rennen en enorme sprongen te maken om aan roofdieren te ontsnappen, bleef de ontwikkeling van het Amamikonijn stilstaan in het tijdperk van het Mioceen.
Door de isolatie op de eilanden hoefde dit konijn zich miljoenen jaren lang geen zorgen te maken over natuurlijke vijanden. Dit leidde tot een fascinerende lichaamsbouw:
Korte ledematen: Ze kunnen geen grote sprongen maken zoals hun neven op het vasteland.
Klimnagels: Hun lichaam is geëvolueerd om met stevige nagels tegen boomstammen op te klimmen.
Kleine oren: Een kenmerk dat we terugzien bij de allereerste konijnachtigen.
Het Amamikonijn deelt zijn evolutionaire “blauwdruk” met een beroemde prehistorische voorouder: de Nuralagus rex. Dit reuzenkonijn leefde op het Spaanse eiland Menorca en onderging een vergelijkbaar proces van isolatie. Net als het Amamikonijn had de Nuralagus rex korte poten en kleine oren omdat er geen roofdieren waren om voor te vluchten.
Er is echter een groot verschil in hun verhaal. Waar de Nuralagus rex gigantisch werd en uiteindelijk uitstierf tijdens het Plioceen en Pleistoceen (mede door de gevolgen van de Messiniaanse zoutcrisis), wist het Amamikonijn op zijn Japanse eilanden te overleven. Vandaag de dag is het Amamikonijn de laatste bewaker van een oeroude bloedlijn die ons een directe kijk geeft op het verleden van de natuur.
1 Amamikonijn
2 Amamirabbit/ Ryukyu rabbit
3 Ryukyu-Kaninchen
4 Lapin des Ryukyu
5 coniglio di Amami
6 conejo de Amami
7 coelho-de-Amami
8 アマミノクロウサギ ( Amami no kuro usagi )
Dit betekent ”Zwarte konijn van Amami” In het Japans
9 琉球兔 ( Liúqiú tù )
Dit betekent ”Ryukyu-konijn” in het Chinees
10 아마미검은토끼 ( Amami-geomeun-tokki )
Dit betekent ”Zwart konijn van Amami” in het Koreans
11 heeft geen specifieke naam
12 Amamikanin
13 heeft geen specifieke naam
14 riukiunkaniini
15 heeft geen specifieke naam