Krabben zijn schaaldieren die behoren tot de ordeĀ DecapodaĀ (wat “tienpotigen” betekent) en de infraordeĀ Brachyura. Ze hebben een breed, plat lichaam, een harde schaal (exoskelet), en meestal twee grote scharen (chelae). Krabben zijn bekend om hun zijwaartse manier van lopen.
Ā
Ā
Ā
Krabben zijnĀ alleseters. Hun dieet bestaat uit:
Ze spelen een belangrijke rol in het ecosysteem als opruimers.
Ā
Krabben behoren tot de familieĀ CrustaceaĀ (kreeftachtigen). Andere dieren in deze familie zijn:
Ā
Krabben leven inĀ zeewater,Ā zoetwater, en zelfs opĀ land. Ze komen voor op alle continenten behalve Antarctica. Typische leefgebieden zijn:
Ā
Krabben gebruiken hun scharen voor verschillende belangrijke functies:
Ā
De scharen van een krab zijn eigenlijk aangepaste voorpoten, ook wel chelae genoemd. Ze zijn meestal het meest opvallende deel van het lichaam van een krab en kunnen groot, krachtig en asymmetrisch zijn (bij sommige soorten is één schaar veel groter dan de andere).
Ā
Ja,Ā een krab kan pijn doenĀ als hij je knijpt met zijn schaar ā vooral bij grotere soorten. De kracht van de knijp hangt af van de soort:
Krabben knijpen meestal alleen als ze zich bedreigd voelen.
Ā
De krab met deĀ grootste en krachtigste scharenĀ is deĀ kokoskrabĀ (Birgus latro), ook wel bekend als deĀ roofdierkrab.
De scharen van de kokoskrab zijn niet alleen groot, maar ookĀ bijzonder sterk. Onderzoek heeft aangetoond dat ze een knijpkracht kunnen uitoefenen vanĀ tot 3.300 NewtonĀ ā dat is sterker dan de beet van veel roofdieren!
Ā
In tegenstelling tot mensen en de meeste dieren, dieĀ vooruitĀ lopen, bewegen krabben zich meestalĀ zijwaarts. Dit is een van hun meest herkenbare gedragingen.
Ā
Ā
De reden ligt in hunĀ lichaamsbouw:
Het is dus geen ārare gewoonteā, maar een slimme aanpassing aan hun anatomie en leefomgeving.
Ā
Ā
Niet allemaal!
Dus hoewel zijwaarts lopen typisch is voor veel krabben, zijn erĀ uitzonderingenĀ afhankelijk van soort en omgeving.
Hoewel krabben geen geluiden maken zoals mensen of vogels, hebben zeĀ meerdere slimme manierenĀ om met elkaar te communiceren. Hun communicatie is vaakĀ visueel, tactiel en mechanischĀ ā en soms verrassend sociaal!
Ā
Krabben gebruiken hun scharen omĀ klikkende geluidenĀ te maken. Dit doen ze door de scharen snel tegen elkaar te tikken of tegen harde oppervlakken. Het klikken kan verschillende betekenissen hebben:
Ā
Sommige krabben, zoals deĀ violierkrab (fiddler crab), zwaaien letterlijk met hun grote schaar. Dit lijkt op een menselijke groet, maar bij krabben betekent het:
Het zwaaien is eenĀ visueel signaalĀ dat van ver zichtbaar is.
Ā
Krabben kunnen ook communiceren viaĀ trillingen. Ze maken deze trillingen door:
Deze trillingen worden door andere krabben gevoeld via hun poten. Het is een soortĀ tactiele communicatie, vooral handig in donkere of drukke omgevingen.
Krabben hebben eenĀ harde schaalĀ (exoskelet) die niet meegroeit met hun lichaam. Daarom moeten zeĀ vervellenĀ om groter te worden. Dit proces heetĀ moulting.
Ā
Ā
Ja! Na elke vervelling is de krabĀ een beetje groter. Dit is de enige manier waarop krabben kunnen groeien. Jonge krabben vervellen vaak, oudere krabben minder vaak.
Ā
De oude schaal blijft achter als eenĀ lege huls. Soms:
Ā
Ja,Ā alle krabbensoorten vervellen, omdat ze allemaal een exoskelet hebben. Maar:
Ā
Tijdens het vervellen zijn krabbenĀ heel kwetsbaar. Ze kunnen niet goed lopen of zich verdedigen. Daarom verstoppen ze zich vaak tot hun nieuwe schaal hard is.
Algen zijnĀ kleine, plantachtige organismenĀ die vaak in water leven. Voor krabben zijn algenĀ meer dan alleen plantenĀ ā ze kunnen helpen bijĀ voeding, bescherming en zelfs camouflage.
Ā
Voor sommige soorten, vooralĀ herbivore krabben, zijn algen eenĀ belangrijke bron van overleving.
Ā
Ja! In sommige gevallen groeien algenĀ op het lichaam van krabben, vooral bij:
Deze algen vormen een soortĀ levende camouflageĀ ā ze helpen de krab om zich te verstoppen voor roofdieren.
Ā
Ā
Soms wel! Als de algen op hun lichaamĀ toegankelijk zijn, kunnen krabben zeĀ afschrapen en opeten. Maar meestal laten ze ze zitten voor camouflage.
Ā
Niet alle krabben eten algen of laten ze groeien:
1Ā Krab
2Ā Crab
3Ā Krabbe
4Ā crabe
5Ā granchio Ā ( Het meervoud heetĀ granchi )
6Ā cangrejo Ā ( Het meervoud heet cangrejos )
7Ā caranguejo ( Het meervoud heet caranguejos)
8Ā ć«ćĀ ( kani )
9Ā č¹Ā ( xiĆØ )
10Ā ź²Ā ( ge )
11Ā krabbeĀ ( Het meervoud heet krabber)
12Ā krabbeĀ ( Het meervoud heet krabbor)
13Ā krabbeĀ ( Het meervoud heet krabber)
14Ā rapu of taskurapu
( Het meervoud heet taskuravut )
15Ā krabbi ( Het meervoud heet krabbar)
16 portÔn
17Ā ŠŗŃŠ°Š±Ā ( krab )
18Ā ŠŗŃŠ°Š±Ā ( krab )
19Ā ą¤ą„ą¤ą¤”़ा ( kÄkį¹Ä )
20 הר××Ā ( sartan )
sartan betekent āākreeftachtigeā of āāKrabā
Waarschuwing! Het woord sartan is ook zelfde met hetĀ k-ziekte in het Hebreeuws