Ā
Ā
Slakken zijn meestalĀ herbivoren, maar sommige zijnĀ omnivorenĀ of zelfsĀ carnivoren.
Ā
Ā
Ā
Ā
Slakken zijn langzaam omdat hunĀ lichaamsbouw en levensstijlĀ gericht zijn opĀ energiezuinigheidĀ enĀ veiligheid, niet op snelheid. Hier zijn de belangrijkste redenen:
Slakken hebben geen botten of poten. Ze bewegen zich voort met eenĀ gespierde voetĀ die langzaam samentrekt en ontspant in golven. Dit proces heetĀ peristaltische beweging.
Ā
Slakken produceren slijm om over oppervlakken te glijden. Dit slijm vermindert wrijving en beschermt hun zachte lichaam. Maar slijm maken kost veel energie, dus ze bewegen langzaam om energie te besparen.
Ā
Slakken hebben eenĀ laag metabolisme. Ze verbranden weinig energie en hebben geen behoefte aan snelle bewegingen zoals roofdieren of prooidieren.
Ā
In plaats van te vluchten, verdedigen slakken zich door zich terug te trekken in hunĀ schelp. Snelheid is dus geen noodzaak voor hun overleving.
Ā
Slakken bewegen zich voort door:
Ā
De meeste slakken zijnĀ erg traag. Hun snelheid hangt af van de soort, de ondergrond en de temperatuur, maar hier zijn wat gemiddelden:
Gewone tuinslak (Cornu aspersum):
OngeveerĀ 0,013 meter per secondeĀ (dat is 47 cm per minuut, of 28 meter per uur).
Afrikaanse reuzenslak (Achatina fulica):
Iets langzamer, rond deĀ 0,002 meter per seconde.
Ā
Hoewel de meeste slakken langzaam zijn, zijn sommigeĀ zeeslakken zonder schelp, zoalsĀ zeenaaktslakken (Nudibranchia), relatief snel voor hun soort.
Ā
Dat schelpje heet een slakkenhuis. Het is eenĀ harde, spiraalvormige schelpĀ die op de rug van de slak zit. Het groeit mee met de slak en is gemaakt vanĀ kalkĀ (calciumcarbonaat).
Ā
Het slakkenhuis heeft meerdere belangrijke functies:
Ā
Een slak trekt zich terug door:
Ā
Ja,Ā heel belangrijk! Zonder slakkenhuis kan een slak:
Ā
Ā
Naaktslakken (zoals deĀ grote aardslak) zijn een andere soort slakken dieĀ evolutionair aangepastĀ zijn om zonder huisje te leven.
Slakken slapen op eenĀ heel andere manierĀ dan mensen. Ze hebben geen dag-nacht ritme zoals wij, maar slapen inĀ korte periodesĀ verspreid over meerdere dagen.
Ā
Slakken zoeken eenĀ veilige, vochtige plekĀ om te slapen, zoals:
Ze kiezen plekken waar zeĀ niet uitdrogenĀ enĀ beschermd zijn tegen roofdieren.
Ā
Tijdens het slapen:
Het lijkt alsof de slak gewoon stilzit, maar hij is dan echt in rust.
Ā
Ā
Ā
Slakken lijken misschien klein en langzaam, maar ze spelen eenĀ belangrijke rolĀ in de natuur. Ze helpen mee aan het gezond houden van het ecosysteem op verschillende manieren.
Ā
Slakken eten:
Hierdoor helpen ze bij hetĀ afbreken van organisch afval. Ze maken de bodem schoon en zorgen dat voedingsstoffen weer terugkomen in de grond.
Ā
Als slakken eten en bewegen,Ā verwerken ze plantenmateriaalĀ en poepen ze het uit alsĀ voedzame mest. Dit maakt de bodem rijker en beter voor planten om in te groeien.
Ā
Slakken zijn eenĀ belangrijke voedselbronĀ voor veel dieren, zoals:
Zonder slakken zouden veel dierenĀ minder te eten hebben.
Ā
Sommige slakken eten zaden of vruchten en verspreiden de zaden via hun uitwerpselen. Zo helpen ze bij hetĀ verspreiden van planten.
Ā
Slakken zijn gevoelig voorĀ vervuiling en droogte. Als er weinig slakken zijn, kan dat een teken zijn dat het milieuĀ niet gezondĀ is. Wetenschappers gebruiken slakken daarom alsĀ bio-indicatoren.
Zout isĀ gevaarlijk en dodelijkĀ voor slakken. Dat komt door hoe hun lichaam werkt:
Ā
Ā Daarom wordt het niet aangeradenĀ om zout te gebruiken tegen slakken. Het is eenĀ onmenselijke manierĀ om ze te bestrijden.
Ā
Bier wordt vaak gebruikt alsĀ valĀ voor slakken in tuinen. Hier is hoe het werkt:
Ja, slakkenĀ verdrinkenĀ in het bier. Het is minder pijnlijk dan zout, maar het is nog steeds een manier om ze te doden.
Ā
Ja! Als je slakken uit je tuin wilt houden zonder ze te doden, kun je ook:
Ja! Hoewel het misschien verrassend klinkt: slakken hebben wél tanden. Ze zien er alleen heel anders uit dan de tanden van mensen of dieren.
Ā
De tanden van een slak zitten op een speciaal orgaan in de mond, dat heet deĀ radula.
Ā
DeĀ radulaĀ is een soortĀ rasptong. Je kunt het vergelijken met eenĀ mini-schuurpapierĀ of eenĀ tandenkam. Het is een flexibele tong metĀ rijen piepkleine tandjesĀ erop.
Ā
Ā
Slakken kunnenĀ enorme aantallen tandenĀ hebben ā veel meer dan mensen!
Ā
Ā
1Ā Slak
2Ā Snail
3Ā Schnecke
4Ā escargot
5Ā lumaca
6Ā caracol
7Ā caracol
8Ā ć«ćæćć ćŖĀ ( katatsumuri )
9Ā čēĀ ( wÅniĆŗ )
Het karakterĀ čĀ betekent “slakkenhuis”
En het karakterĀ ēĀ betekent “rund”
maar samen verwijzen ze gewoon naar een slak
10Ā ė¬ķ½ģ“Ā ( dalpaengi )
11Ā snegl
12Ā snigel
13Ā snegle
14Ā etana
15Ā snigill
16Ā seilide
17Ā Ā ŃŠ»ŠøŃка ( ulitka )
18Ā ŃŠ°Š²Š»ŠøŠŗ ( ravlyk )
19Ā ą¤ą„ą¤ą¤ą¤¾Ā ( ghongha )
20Ā ××××××Ā ( įø„ilazon )