Ā
Ā
Er zijn twee hoofdgroepen:
Ā
Walvissen behoren tot de ordeĀ Cetacea, die wordt onderverdeeld in:
Ze zijn verwant aanĀ evenhoevige landdieren, zoals nijlpaarden.
Ā
Walvissen komen voor inĀ alle oceanenĀ van de wereld:
Ā
Ā
Walvissen zijn grote zeezoogdieren die behoren tot de ordeĀ Cetacea, samen met dolfijnen en bruinvissen. Ze leven volledig in het water en ademen lucht via longen. In tegenstelling tot vissen hebben ze geen kieuwen.
Hoewel hun naam anders doet vermoeden, zijnĀ walvissen gƩƩn vissen. Ze zijnĀ zoogdierenĀ ā net als mensen, honden en olifanten. Dat betekent dat ze:
Ze leven wel volledig in het water, maar moeten regelmatig naar het oppervlak komen om te ademen via hunĀ blaasgatĀ boven op hun hoofd.
Het leven van een walvis draait om een paar belangrijke dingen:
Er zijn ongeveerĀ 90 soorten walvisachtigenĀ (inclusief dolfijnen en bruinvissen), waarvan ongeveerĀ 15 tot 20 soorten echte walvissenĀ zijn. Deze worden verdeeld in twee hoofdgroepen:
Walvissen behoren tot de grootste dieren op aarde ā en dat is geen toeval. Hun enorme grootte is mogelijk dankzij deĀ omgeving waarin ze leven: de oceaan.
Ā
Op het land moeten dieren hun eigen gewicht dragen. Dat betekent:
Ā
Walvissen leven in het water, en daar werkt het anders:
Ook andere zeezoogdieren, zoalsĀ zeekoeienĀ enĀ zeehonden, profiteren van dit effect, al zijn zij kleiner dan walvissen.
Ā
De enorme grootte van walvissen is ook het resultaat vanĀ miljoenen jaren evolutie:
Ja! Sommige walvissen kunnen echtĀ uit het water springenĀ ā en dat is indrukwekkend, want ze kunnen tientallen tonnen wegen. Dit gedrag heetĀ “breaching”Ā in het Engels, of gewoonĀ springenĀ ofĀ uitspringen in het Nederlands. En in het Engels heet het “Breach”.
Ā
Wetenschappers denken dat walvissen om verschillende redenen springen:
Ā
Het hangt af van de situatie:
Ā
Springen kost veel kracht. Zo doen ze het:
Ā
Niet alle walvissen springen, maar sommige soorten staan erom bekend:
| Soort | Wetenschappelijke naam | Springgedrag |
|---|---|---|
| Bultrug | Megaptera novaeangliae | Zeer actief, springt vaak |
| Orka (tandwalvis) | Orcinus orca | Springt regelmatig |
| Potvis | Physeter macrocephalus | Springt soms |
| Dwergvinvis | Balaenoptera acutorostrata | Kan springen |
| Beluga | Delphinapterus leucas | Springt laag, speels |
Ā
Walvissen zijnĀ zoogdieren, dus ze ademenĀ luchtĀ in via longen ā net als mensen. Maar omdat ze in het water leven, hebben ze een speciaal aanpassingsmechanisme: hetĀ blaasgat.
Ā
Ā
Ā
Dat verschilt per soort:
| Walvissoort | Adem inhouden (gemiddeld) |
|---|---|
| Potvis (Physeter macrocephalus) | Tot 90 minuten ā langste |
| Bultrug (Megaptera novaeangliae) | 20ā30 minuten |
| Dwergvinvis (Balaenoptera acutorostrata) | 15ā20 minuten |
| Beluga (Delphinapterus leucas) | 15 minuten |
| Kortste adem: kleinere soorten zoals de bruinvis houden het vaak maar 5 minuten vol. | 5 minuten |
Ā
Ja,Ā walvissen hebben Ć©cht een navel! Veel mensen denken dat deze enorme zeezoogdieren geen navel hebben, maar dat is een misverstand. Net als mensen, honden, olifanten en andere zoogdieren, worden walvissenĀ levend geborenĀ ā en dat betekent dat ze eenĀ navelstrengĀ hebben gehad.
Ā
Ā
Ā
De grootte van de navel hangt af van de grootte van de walvis:
| Walvissoort | Navelgrootte (geschat) |
|---|---|
| Dwergpotvis (Kogia sima) | Kleinste navel ā ongeveer 2ā3 cm breed |
| Blauwe vinvis (Balaenoptera musculus) | Grootste navel ā tot wel 30 cm lang en 10 cm breed |
Let op: deze maten zijnĀ geschat, want navels zijn zelden het onderwerp van directe metingen bij walvissen.
1Ā Walvis
2Ā Whale
3Ā Wal
4Ā baleine
5Ā balena
6Ā ballena
7Ā baleia
8Ā ćććĀ ( kujira )
9 鲸鱼 ( jīngyú )
10Ā ź³ ėĀ ( gorae )
11Ā hval
12Ā val
13Ā hval
14Ā valas
15Ā hvalur
16Ā mĆol mórĀ ofĀ MĆol mór gorm
17Ā ŠŗŠøŃĀ ( kit )
18Ā ŠŗŠøŃĀ ( kyt )
19Ā ą¤µą„ą¤¹ą„ल ( vhel ) तिमि  ( timi )
(timi is de ouder of poĆ«tisch woord )Ā
20Ā ××××Ŗ×Ā ( livyatanĀ ofĀ leviathan )